Fytosanitaire info en tips voor de teler van bloeiende potplanten

Algemene bedrijfshygiëne

Gevoeligheid van uw bedrijf voor q-organismen

Het is belangrijk dat Nederlandse telers voldoen aan de gezondheidseisen

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met Arie Keijzer van Fides: Ik denk dat Nederlandse telers moeten voldoen aan de strenge gezondheidseisen. In de eerste plaats is het voor telers zelf belangrijk, anders kunnen ze in de problemen komen bij de verkoop van hun producten. In de tweede plaats kan een slecht product imagoschade brengen aan de Nederlandse tuinbouw. Als een land bijvoorbeeld de grenzen sluit voor Nederlandse producten werkt dit nog zeer lang na.

Veel telers zien de problemen pas wanneer het probleem zich laat zien

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met John v.d. Knaap van LTO Groeiservice: Iedere teler zou zijn eigen bedrijf eigenlijk moeten doorlichten op gevoeligheid voor q-organismen. Maak maar eens een soort van risico-inventarisatie met betrekking tot q-organismen. Hoe kan zo'n organismen op je bedrijf terecht komen en hoe kun je zorgen dat het zo min mogelijk schade aanricht. Bekijk daarbij ook de inrichting van je bedrijf en het onderhoud.

Breng alle stromen in kaart die q-organismen binnen kunnen brengen

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met Mark v.d. Knaap van Anthura: Het genetische materiaal dat binnenkomt gaat bij ons altijd via de quarantainekas. Maar ook alle andere stromen die het bedrijf binnenkomen proberen we te analyseren op risico. Veilingkarren bijvoorbeeld vind ik een hele gevaarlijke. Alle Denen die van derden binnenkomen worden chemisch ontsmet. Ook bezoekers analyseren we op risico.

Logistiek om problemen te voorkomen

Wij gebruiken 1 compartiment voor restjes plantmateriaal

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met Anthuriumteler Piet Stolk: Wij gebruiken slechts 1 compartiment voor restjes met plantmateriaal. We zetten geen restjes neer bij jonge planten. Stel dat er bijvoorbeeld een trips op dit plantmateriaal zit, dan komt het niet gelijk bij de jonge planten terecht.

Kijk goed naar je logistieke systeem om problemen te voorkomen

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met John v.d. Knaap van LTO Groeiservice: Een oplossing om ervoor te zorgen dat je kas zo schoon mogelijk blijft is om te kijken naar hoe het product door je bedrijf heen wordt getransporteerd, hoe is je logistieke systeem. Bijvoorbeeld: Halfwas en eindproduct heeft de meeste trips, dat virussen kan overbrengen, en dat wil je niet in je stek, dus zet stek en eindproduct strikt van elkaar gescheiden.

Planten niet verplaatsen om besmetting te beperken

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met Ted Prinsen van kwekerij De Palmentuin: Bij ons rouleren de planten zo min mogelijk door de tuin. Ze blijven zo veel mogelijk op één locatie staan. Dit om toch zo veel mogelijk de besmettingshaarden binnen de perken te houden. Je zet dan ook geen nieuw materiaal bij oud materiaal.

Extra risico's bij mobiele teelten

Bekijk de linkBekijk de link

Mobiele teeltsystemen veroorzaken extra risico's op verspreiding van ziekten. Overhangende planten die voor verschillende teeltfasen worden verplaatst naar een andere kasruimte, raken elkaar bij het passeren (insecten lopen over) of raken besmette rolgoten en bakken. Bij snel bewegende teelten hebben natuurlijke bestrijders moeite de aangetaste plant te vinden. Door slechte toegankelijkheid kunnen gewasresten zich ophopen onder rolgoten of tranporttafels en een besmettingshaard vormen. Scouten is moeilijk omdat er vaak geen looppaden zijn - scouten moet daarom gebeuren tijdens de oogst- en gewaswerkzaamheden, door goed opgeleide medewerkers. En signaalplaten moeten met de teelt mee bewegen.

Vaste werkwijze hygiënische handelingen

Let wel op dat ontsmettingsmatten nat worden gehouden

Let op dat de ontsmettingsmat steeds nat wordt gehouden met een ontsmettingsmiddel. Kies daarvoor een toegelaten ontsmettingsmiddel. Een middel dat lang werkt, heeft een pre. Controleer ook regelmatig of het middel in de mat nog wel effectief is.

Goed ontsmetten van teelt- en watergeefsysteem

Bekijk de linkBekijk de link

Goed reinigen van een teeltsysteem betekent dat al het organische materiaal verwijderd moet worden. Ontsmetting werkt meestal door oxidatie en hoe meer organisch materiaal aanwezig is des te meer ontsmettingsmiddel nodig is voor volledige ontsmetting. Naast het volledig ontsmetten van de tafels moeten ook de voedingsunits en het leidingennet ontsmet worden. Ga voor het complete teeltsysteem na waar de risico's liggen en stel een strategie op die al deze risico's tot een aanvaardbaar niveau terugbrengt.

Vaste werkwijze voor de hygiëne op het bedrijf

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met Anthuriumteler Piet Stolk: Wij hebben een vaste werkwijze voor de hygiëne. We hebben een aparte afdeling voor de oppot van planten en alle karren van de veiling moeten eerst ontsmet zijn voordat ze op het bedrijf terecht komen. Bezoekers moeten schoentjes aan en er ligt een ontsmettingsmat bij de deur. We kopen planten aan met Elite S-certificaat en potgrond met RHP-certificaat.

Extra kosten voor schoner werken wegen op tegen kosten van ziekten

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met John v.d. Knaap van LTO Groeiservice: Extra kosten van het uitvoeren van handelingen wegen op tegen het krijgen van ziekten in je gewas.

Teeltsystemen zoals eb- en vloed geven meer risico op bacterien

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met John v.d. Knaap van LTO Groeiservice: Bij een eb- en vloedsysteem is ontsmetting vaak lastig en kunnen bacteriën zich sneller in een systeem verspreiden. Bij problemen zou je bijvoorbeeld componenten in kunnen richten, zodat niet gelijk je hele bedrijf wordt besmet.

Wij stellen protocollen op en geven uitleg aan nieuwe medewerkers

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met Manuela van Leeuwen van Fides: Wij stellen protocollen op in verband met de bedrijfshygiene. Deze worden uitgedeeld aan nieuw personeel. In het begin krijgen mensen een uitgebreide uitleg over de manier van werken. We blijven er ook alert op dat we elkaar aanspreken, mocht iemand zich niet aan de protocollen houden.

Ontsmetten van hele teelt- en watergeefsysteem

Ontsmetting van teeltsystemen bij potplanten

Bekijk de linkBekijk de link

Bij het Productschap Tuinbouw is de handleiding beschikbaar 'Ontsmetting van teeltsystemen bij potplanten'. Hierin staan veel concrete tips voor handelingen. Naast het volledig ontsmetten van de tafels moeten ook de voedingsunits en het leidingennet ontsmet worden.

Al het retourwater ontsmetten

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met Mark v.d. Knaap van Anthura: Al het retourwater dat we hergebruiken wordt ontsmet. Daarmee nemen we nooit een risico.

Personeel motiveren

Cursussen Bedrijfshygiëne in siergewassen

Bekijk de linkBekijk de link

Naktuinbouw verzorgt een aantal cursussen die speciaal gericht zijn op het voorkomen van fytosanitaire problemen. Er is een eendaagse workshop 'Bedrijfshygiëne in siergewassen', voor uitvoerend personeel, speciaal gericht op 'bewustwording'. Daarnaast is er ook een driedaagse opleiding, specifiek ontwikkeld voor medewerkers die uitvoerend personeel aansturen, instrueren en controleren. Deze opleiding wordt op aanvraag ook Engelstalig aangeboden. Voor meer informatie: www.naktuinbouw.nl/service/opleidingen

Hoe vaak scouten jullie?

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met Anthuriumteler Piet Stolk: Wij scouten iedere week. We hebben daar drie mensen voor in dienst, zodat bij ziekte het scouten kan worden opgevangen door andere mensen. Ook al is het druk, ik sta erop dat er iedere week gescout wordt.

Tijdens alle handelingen worden de planten gecontroleerd op problemen

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met Anthuriumteler Piet Stolk: Op alle afdelingen draagt het personeel zelf de verantwoordelijkheid voor het opsporen van problemen. Daardoor worden de planten zeer vaak gecontroleerd.

Zorg dat je gemotiveerde en opgeleide mensen hebt

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met Anthuriumteler Piet Stolk: Je moet niet in problemen denken maar in oplossingen denken. Je moet zorgen dat je gemotiveerde mensen in dienst hebt en de mensen betrekken bij hetgeen waar je mee bezig bent. Geef de mensen een stuk verantwoording.

Bedrijfshygiëne zit geborgd in de bedrijfscultuur

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met Mark v.d. Knaap van Anthura: Bedrijfshygiëne is een kwestie van discipline. Uiteindelijk zit dat geborgd in een stukje bedrijfscultuur. Als je als leidinggevende het goede voorbeeld geeft dan zal het personeel volgen.

Training in bedrijf om te leren ziektebeelden in gewas te herkennen

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met Manuela van Leeuwen van Fides: Bij ons krijgt het personeel externe en interne trainingen om ziekten te herkennen. Interne trainingen zijn belangrijk om zo gewasspecifieke kenmerken te kunnen herkennen. Een ziektebeeld kan er in bijvoorbeeld een potchrysant namelijk anders uitzien dan in een kalanchoe.

Besmetting door bezoek voorkomen

Het meest mis met de hygiëne gaat het bij de deur

Bekijk de linkBekijk de link

Het meest mis met de hygiëne gaat het bij de deur, door de reparateur of de bezoeker die een schone kas binnen komt. En als medewerkers allemaal in schone pakken rondlopen maar de verwarmingsreparateur komt in zijn eigen kleding binnen, kun je het ook wel vergeten.

Niet in werkkleding naar collega's toe

Bekijk de linkBekijk de link

In werkkleding naar de buurman gaan levert juist gevaar op voor overbrenging van ziekteverwekkers en schadelijke insecten, zegt Alex van der Heiden, gewasmanager potplanten bij LTO Groeiservice. Ga serieus om met de bedreiging van een quarantaineziekte en ga in vrijetijdskleding naar excursies of bijeenkomsten waar collega-telers komen.

Bij bouw van een nieuwe kas rekening houden met hygiëne

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met Mark v.d. Knaap van Anthura: we hebben een nieuwe locatie kunnen bouwen. We hebben daarbij een harde scheiding gemaakt tussen kas en de overige voorzieningen. Zo is rond het hele pand een corridor gelegd waar alle voorzieningen zijn geplaatst. Monteurs hoeven hierdoor niet meer in de kas te komen.

Zorg ervoor dat monteurs de bedrijfsregels naleven

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met John v.d. Knaap van LTO Groeiservice: Zorg ervoor dat monteurs de regels die zijn gesteld op het bedrijf naleven. Ga desnoods in gesprek met ze hierover en leg ze de (hygiëne)regels uit.

De deur staat niet open voor bezoekers

Bekijk de videoBekijk de video

In de tomatenteelt zijn bedrijven strikter met hygiëne dan veel potplantentelers. Interview met tomatenteler Nic van Roosmalen: De deur staat niet open, ieder moet zich melden. Dan overschoentjes, overall, haarnet. De gast loopt over de ontsmettingsmat, kan zijn handen dopen. Hij wordt geacht zijn mobiele telefofon niet te gebruiken, zijn kleding niet meer aan te raken en het contact met de planten te vermijden.

Aantasting gevonden

Zieke planten snel en ingepakt verwijderen

Als u aangetaste planten vindt is het advies:

  • Verwijder aangetast materiaal zorgvuldig uit de kas. Dergelijke planten vormen een besmettingsbron.
  • Stop aangetast materiaal bij voorkeur ter plekke in een plastic zak en voer het snel af van het bedrijf.
  • Gebruik in de kas afsluitbare afvalcontainers, deze moeten aan het eind van de dag geleegd worden.
  • Plaats buiten een grote afvalcontainer. Gebruik ook hier bij voorkeur een afsluitbare container.

(Bron: Strateeg geïntegreerde gewasbescherming, LTO Groeiservice)

Werk van gezond gewas naar verdacht gewas toe

Tijdens werkzaamheden in het gewas worden makkelijk aantasters verspreid, zoals spintmijten en virus. Houd daar rekening mee als u een verdachte partij in de kas heeft. Verricht werkzaamheden indien mogelijk eerst in een gezond gewas en daarna pas in gewassen met een mogelijke aantasting. (Bron: Strateeg geïntegreerde gewasbescherming, LTO Groeiservice)

Meldplicht na vinden van aangetaste planten

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met Jeroen Kavelaars van de NVWA: Ieder die een vermoedelijk schadelijk organisme aantreft moet dit melden aan de NVWA. De andere kant is dat als je een onbekend organisme in je teelt hebt, je ook niet weet hoe dat te bestrijden is. Teelt en handel kunnen hieronder lijden. Onze deskundigen kunnen exact bepalen om welk organisme het gaat en gericht advies geven over welk middel gebruikt kan worden om het te bestrijden. We overleggen daarover met de teler.

Naar boven

Bedrijfshygiëne en uitgangsmateriaal

Informatie vergaren

Informatie op plantgezondheid.nl

Bekijk de linkBekijk de link

Nieuws over plantgezondheid en fytosanitair is ook te vinden op www.plantgezondheid.nl van Groen kennisnet. Met een beeldenbank met foto's van plaagorganismen en veel lesmateriaal.

Telers moeten hygiëne omhoog brengen en overheid moet belangen verdedigen

De kans op quarantaine ziekten en plagen neemt toe met de toenemende wereldhandel en een warmer wordend klimaat. Verdiep u hierin en weet welke risico's u loopt. Dat zeggen Harmen Hummelen en Jeannette Vriend van LTO Groeiservice. "Blijf collega's aanspreken op hygiënemaatregelen en weet welke ziekten u met import binnen kunt halen. Op de site van de NVWA staat een hele lijst." Telers moeten hun hygiëne nog verder omhoog brengen. Van de overheid mag worden verwacht dat zij de belangen van deze belangrijke exporttak in het buitenland stevig verdedigt.

EPPO belangrijke informatiebron over q-organismen

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met Manuela van Leeuwen van Fides: Heel belangrijke informatiebronnen over fytosanitaire zaken zijn studieclubs, vakbladen, LTO Groeiservice. Op internet is de EPPO-lijst (www.eppo.org) heel belangrijk, daar staan alle quarantaine-organismen op en kun je lezen waar ze voorkomen, met foto's van aantastingen. En Naktuinbouw en de NVWA (PD) zijn natuurlijk ook hele belangrijke informatiebronnen.

Wij kijken veel op de website van de nVWA

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met Ted Prinsen van kwekerij De Palmentuin: Wij kijken veel op de website van de NVWA. Daarop staat op fytosanitair gebied veel informatie.

Collega's, internet en adviseurs als belangrijke informatiebronnen

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met tomatenteler Nic van Roosmalen: Belangrijkste bronnen voor ons zijn collega-tuinders, wat speelt er zo links en rechts. Soms op gewasavonden van LTO Groeiservice, cursussen. Daarnaast via internet, als je weet welk probleem je hebt is het altijd wel terug te vinden, ook in het buitenland. En via adviseurs. Daaruit maken we een selectie van informatie die we in ons eigen bedrijf gaan verspreiden.

Uitgangsmateriaal

Tracking & Tracing nodig vanwege certificering

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met Anthuriumteler Piet Stolk: Meerdere telers werken al met Tracking & Tracing. Dit is zo onderhand ook wel verplicht omdat je anders niet meer gecertificeerd kan worden.

Neemt u nu andere maatregelen dan voordat u een besmetting had?

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met Solanumteler Joep Dings: Ja, het uitgangsmateriaal is allesomvattend. Een besmetting met PSTVd is absoluut onvoorzienbaar, dus zorg ervoor dat je een plantenpaspoort hebt en dat je planten schoon zijn. Bij een besmetting kan de schade enorm zijn.

Strikt hygiëneprotocol nodig bij zelf steken van stek

Bekijk de linkBekijk de link

Steekt u zelf stek, dan is een strikt hygiëneprotocol noodzakelijk om ziekte te beperken. Adriaan Keijser, teeltmanager van het bewortelingsbedrijf voor begonia Koppe: "Ons hygiëneprotocol helpt ons enorm om ziektevrij uitgangsmateriaal te kunnen leveren. De maatregelen zijn bijvoorbeeld mesjes ontsmetten na elke moederplant en na iedere tafel een nieuw mesje gebruiken en de handen ontsmetten. Elke partij stek is voorzien van een label met de code van de snijdster en het tafelnummer. Mocht er later tijdens het productieproces toch iets fout gaan, dan kunnen ze door deze track&trace methode de herkomst achterhalen. In de kas komen uitsluitend onze teeltmensen. Hierdoor verkleinen we de kans op verspreiding door menselijk contact."

Bij opkweek van stek bij plantenkweker loop je minder risico op ziekten

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met John v.d. Knaap van LTO Groeiservice: Het voordeel van het opkweken van stek op je eigen bedrijf is een stukje kostenreductie. Het voordeel van het opkweken van stek bij een tussenpersoon is dat een teler op deze manier minder risico loopt op het krijgen van ziekten in het gewas.

Stek uit weefselkweek is schoner maar duurder

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met John v.d. Knaap van LTO Groeiservice: Wanneer het stek van je moerplanten besmet raakt met een bepaald virus, dan is uitgangsmateriaal vanuit weefselkweek de schoonste oplossing.

Sommige bestrijdingsmiddelen kunnen 8 tot 12 weken nawerken op biologische bestrijders

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met Manuela van Leeuwen van Fides: Bij de productie van moederplanten worden veel chemische middelen gebruikt omdat er voor uitgangsmateriaal een nultolerantie geldt. Sommige middelen kunnen 8 tot 12 weken na toepassing nog een nawerking hebben op biologische bestrijders. Het is heel belangrijk dat een teler die biologisch wil bestrijden geen uitgangsmateriaal krijgt die met dat soort middelen zijn behandeld.

Weet welke ziekten voorkomen in het land van herkomst

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met Ted Prinsen van kwekerij De Palmentuin: Wij kennen de ziekten waar onze producten vatbaar voor zijn en kunnen ze wel herkennen. Met deze informatie gaan wij met onze leveranciers overleggen en samen bepalen welke maatregelen moeten worden genomen.

Betrouwbare leverancier

Voortkwekingsmateriaal vrij van Radopholus similis

Bekijk de linkBekijk de link

De NVWA houdt een register bij van bedrijven met voortkwekingsmateriaal van potplanten die vrij zijn van Radopholus similis. Naktuinbouw bemonstert voortkwekingsmateriaal van Marantaceae, Musa, Monstera, Strelitzia, Anthurium en Philodendron. Het plantenpaspoort garandeert dat het voortkwekingsmateriaal vrij is van Radopholus similis.

Uit plantenpaspoort herleiden waar plant geteeld is

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met Marco van Dalen van Naktuinbouw: Een plantenpaspoort is een set van informatie die met de (partij) planten meekomt. Daaruit is te herleiden waar de plant oorspronkelijk geteeld is. Problemen in de keten ontstaan vaak op het veld waar geproduceerd is en het onderzoek naar het schadelijk organisme kan daar dan starten.

Uitgangsmateriaal dat streng gecontroleerd is

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met Anthuriumteler Piet Stolk: We hebben één bedrijf dat voor ons produceert. Dat bedrijf moet leveren met Naktuinbouw S Elitecertificaat, wat aangeeft dat ook daar streng gecontroleerd is. Wij hebben geen buitenlandse leveranciers omdat deze er voor anthurium niet zijn. Maar ook in het verleden kozen we al bewust voor Nederlandse stekleveranciers.

Plantenpaspoortplichtige producten

Bekijk de linkBekijk de link

Het plantenpaspoort is verplicht voor bepaalde planten. NVWA houdt een register bij van planten waarvoor een plantenpaspoort verplicht is. Het plantenpaspoort is geen vast document, maar een set verplichte informatie die bij de planten aanwezig moet zijn, zowel bij vervoer binnen Nederland als bij het vervoer naar andere EU-lidstaten. Zo kunnen de planten bij problemen terug getraceerd worden naar de oorspronkelijke producent.

Een betrouwbare leverancier kun je herkennen aan een aantal punten

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met Arie Keijzer van Fides: Er zijn een aantal mogelijkheden om als teler een betrouwbare leverancier te herkennen. Als een leverancier meedoet met een extern kwaliteitssysteem. Tevens moet je kritisch vragen aan de leverancier hoe de bedrijfsvoering in elkaar steekt. Tot slot moet de leverancier bereid zijn om dieper technisch advies te geven.

Uitgangsmateriaal in elke fase streng gecontroleerd

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met Arie Keijzer van Fides: Wij werken met een trapsgewijze opbouw van de productiemoederplanten. In de kandidaatfase en SEE fase wordt het materiaal 100% gecontroleerd op virussen, viroïden, bacteriën, schimmels. De productie is in absoluut insectenvrije kassen met hoog hygiëneniveau. De EE fase in het buitenland is ook in insectenvrije kassen, met steekproefsgewijze testen. Daaruit wordt de productie moederplanten opgebouwd.

Naktuinbouw Elite certificaat voor hogere kwaliteit

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met Marco van Dalen van Naktuinbouw: Naktuinbouw Elite is een systeem waarbij bedrijven die een hogere kwaliteit borgen dan de standaardkwaliteit het materiaal van een certificaat kunnen voorzien. Bij de toetsing zitten ook fytosanitaire toetsen, op virussen, bacteriën, schimmels. Voor een teler is het voordeel dat hij zich daarmee kan onderscheiden in de markt.

Elke plant een tag of barcode die terug leidt naar de kweker

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met Ted Prinsen van kwekerij De Palmentuin: Bij de Pachira's maken wij gebruik van tags in de vorm van barcodes. Zo kunnen wij herleiden waar de planten vandaan komen en ook onze buitenlandse leverancier kan de planten terugleiden naar de kweker. Met behulp hiervan kunnen wij voor de toekomst voorzorgsmaatregelen nemen en ervoor zorgen dat de kweker in het land van herkomst ook teeltmaatregelen neemt.

Communicatie met leveranciers

Bespreek fytosanitaire zaken regelmatig met uw stekleverancier

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met Anthuriumteler Piet Stolk: Ieder jaar in een evaluatie overleg ik fytosanitaire zaken met mijn leverancier. Daarna worden nieuwe afspraken gemaakt. Je houdt elkaar scherp.

Bij elk bezoek is er wel contact over fytosanitaire zaken

Bekijk de videoBekijk de video

Goede leveranciers van uitgangsmateriaal denken mee over fytosanitaire vragen van hun klanten. Interview met Arie Keijzer van Fides: Onze vertegenwoordigers houden voortdurend contact met de klanten. Bij elk bezoek is er wel contact over fytosanitaire zaken. Komt daar uit voort dat er diepgaander advies noodzakelijk is, dan wordt de interne specialist erbij geroepen.

Communicatie met en controle van je toeleverancier kan risico's voorkomen

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met John v.d. Knaap van LTO Groeiservice: Het risico op plantenziekten bij importeurs van uitgangsmateriaal kun je beperken door goed te communiceren met de importeur. Tevens moet je controleren wat er gezegd wordt door de importeur. Door te controleren en te communiceren beperk je de risico's.

Bezoek je leverancier regelmatig

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met Ted Prinsen van kwekerij De Palmentuin: Wij gaan zelf op bezoek naar onze leverancier. Daar kunnen wij zelf ons uitgangsmateriaal controleren en bepalen met wie we zaken gaan doen. Mochten wij planten aangeleverd krijgen waar iets aan mankeert, dan nemen wij ook direct contact op de de leverancier.

Stek en importmateriaal scheiden

Importmateriaal in een aparte afdeling plaatsen en controleren

Bij uitgangsmateriaal uit het buitenland is het advies:

  • Plaats importmateriaal bij voorkeur in een aparte afdeling.
  • Volg en controleer de planten gedurende één maand intensief.
  • Hang ter ondersteuning gele en/of blauwe signaalplaten op en controleer deze iedere week.
  • Beperk het aantal personen dat toegang heeft tot deze afdeling.
  • Draag in deze afdeling bij voorkeur aparte overjassen en laarzen of overschoenen.

(Bron: Strateeg geïntegreerde gewasbescherming, LTO Groeiservice)

Geleverd stekmateriaal een tijdje goed gescheiden houden

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met Anthuriumteler Piet Stolk: Wij houden het geleverde stekmateriaal na aflevering apart en zorgen dat er geen contact is met andere partijen.

Hoe rouleert u de planten door het bedrijf?

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met Anthuriumteler Piet Stolk: Op ons bedrijf hebben we een harde scheiding tussen opkweek en afkweek. De jonge planten worden opgepoot in een aparte stekafdeling. Nadat de jonge planten naar een andere afdeling gaan wordt de vloer gelijk ontsmet. De nieuwe afdeling staat niet in contact met de stekafdeling.

Naar boven

Virussen, viroïden, trips en wittevlieg

Stunt viroïde

Aantasting van Stunt-viroïde is alleen te voorkomen door virusvrije inkoop

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met Arie Keijzer van Fides: De enige mogelijkheid is om materiaal in te kopen via een betrouwbare leverancier waarvan je zeker weet dat het virus niet voorkomt op zijn bedrijf. Het Stunt-viroïde wordt alleen mechanisch overgedragen. Sommige telers telen potchrysanten in combinatie met sommige andere waardplanten zoals Argyranthemum. Telers moeten dus ook een goede kennis hebben van waardplanten.

Chrysantendwerggroeiviroïde

Bekijk de linkBekijk de link

Chrysantendwerggroeiviroïde of stunt viroïde (CSVd) kan optreden in chrysant, maar ook in de nauw verwante Argyranthemum frutescens (struikmargriet), bij ageratum, petunia en Solanum jasminoides. Geïnfecteerd plantmateriaal is de belangrijkste bron van infectie. Het CSVd viroïde kan dwerggroei veroorzaken, maar vaak zijn er nauwelijks symptomen. Goed toetsen en het uitgangsmateriaal kopen van een betrouwbare leverancier is het beste advies. CSVd heeft overeenkomsten met PSTVd.

Virussen en hun infectieroutes

Californische trips draagt virussen over

De meest voorkomende en schadelijkste trips is de Californische trips (Frankliniëlla occidentalis). Californische trips kunnen Tospovirussen overdragen. In Nederland zijn de belangrijkste het tomatenbronsvlekken-virus (TSWV) dat o.a. begonia, petunia en violen kan aantasten. En het impatiensvlekkenvirus (INSV) bij o.a. ficus, anthurium, ardisia, spatiphyllum. Deze virussen zijn ook erg schadelijk voor snijbloemen en tomaat, dus denk ook aan uw buren bij de bestrijding van trips!

Bacteriën en virussen verspreid door transportbanden en oppotmachine

Transportbanden, sorteer- en oppotmachines zijn door vervuiling met gewas- en grondresten een risicofactor. Regelmatig schoonmaken verkleint de kans op verspreiding. Met name bacteriën en virussen kunnen door gereedschappen worden overgebracht. (Bron: Strateeg geïntegreerde gewasbescherming, LTO Groeiservice)

Virusinfectie kan forse economische schade geven

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met Arie Keijzer van Fides: Afhankelijk van het virus kan een infectie grote economische schade geven. Bijvoorbeeld het stuntviroïde bij chrysant. Dat geeft een zo kleine plant dat ie onverkoopbaar is. Een zwaardere INSV-infectie van Impatiens en Kalanchoë geven absoluut een onverkoopbaar product. En worden geïnfecteerde planten aan de grens gevonden dan is de kans groot dat grenzen gesloten worden. Dat levert de hele Nederlandse tuinbouw grote imagoschade op, en de prijzen dalen dan ook.

Scouts trainen in vroeg herkennen van INSV virus

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met Arie Keijzer van Fides: Je kunt scouts trainen op heel vroegtijdig herkennen van het INSV virus. We hebben daar heel goed beeldmateriaal van, dat we bij klanten beschikbaar stellen en gebruiken voor training van onze scouts.

Groot aantal waardplanten voor virussen INSV en TSWV

Bekijk de linkBekijk de link

De tospovirussen INSV en TSWV zijn afgelopen jaren in veel verschillende gewassen aangetroffen. Het zijn quarantaine-organismen, dus u bent verplicht ze te voorkomen. Ze worden overgedragen door trips. De virussen veroorzaken een brede reeks symptomen zoals chlorotische en necrotische plekken op bladeren en bloemen, kringen, necrose op de stam en top en groeiachterstand en misvorming. In Nederland zijn de belangrijkste tospovirussen het tomatenbronsvlekken-virus (TSWV) dat o.a. begonia, petunia en violen kan aantasten. En het impatiensvlekkenvirus (INSV) bij o.a. ficus, anthurium, ardisia, spatiphyllum.

Californische trips herkennen en signaleren

Vangplaten tegen tabakswittevlieg en trips palmi

Bekijk de linkBekijk de link

Voor signaleren en monitoren van trips werken blauwe vangplaten het beste. Gele vangplaten werken beter bij o.a. tabakswittevlieg.

Tripsschade herkennen

De Californische trips verpopt zich op en onder de substraatmatten of in de grond, maar soms ook op bladeren en in bloemen. Tripsschade is te zien aan kleine lichte streepjes op de bloembladeren. Bij het uitgroeien van de bloembladeren kan ook misvorming ontstaan.

Thrips palmi

Problemen met trips in de teelt

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met Anthuriumteler Piet Stolk: Wij kennen zelf geen Thrips palmi in de teelt, maar de Californische trips bestrijden we biologisch door over te doseren met biologische bestrijders. Desondanks blijft trips een moeilijk verhaal, want als het uit de hand loopt moet je toch chemisch bij gaan springen met plaatselijke correcties.

Wij nemen diverse maatregelen tegen Thrips palmi

Bekijk de videoBekijk de video

In Nederland komt Thrips palmi niet voor. Hoe voorkomen telers op buitenlandse locaties besmetting met T. palmi? Manuela van Leeuwen van Fides: Wij nemen diverse maatregelen tegen Thrips palmi. Zo hebben we insectengaas in de ramen. We hebben een preventief bestrijdingsschema om te zorgen dat tripssoorten niet in de kas kunnen komen. Daarnaast wordt er intensief gescout. We hangen veel vangplaten op. Voor de scouts is het belangrijk dat ze de verschillende tripssoorten kunnen herkennen, omdat de schadebeelden verschillend kunnen zijn.

Trips voorkomen en bestrijden

Biologische bestrijding niet bij organismen met nultolerantie

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met Jeroen Kavelaars van de NVWA: Als je exporteert naar een land dat een nultolerantie heeft voor een bepaald organisme is dit niet goed te combineren met biologische bestrijding. Bij biologische bestrijding ontstaat een evenwicht waarbij nog wel enige schadelijke organismen aanwezig zijn.

Tripsbestrijding is vooruit zien

Bekijk de linkBekijk de link

Als u goed scout en per week registreert hoeveel trips worden gevonden kunt u vroegtijdiger ingrijpen. De totale cyclus van trips duurt bij 20°C ongeveer 3,5 week. Enkele tripsen zullen niet direct opvallen in uw kas. De serieuzere aantasting vindt vaak pas na mei plaats. Dit is niet omdat op dat moment de tripsen massaal zijn komen binnenvliegen. De oorzaak van deze aantasting is vaak een onderschatte tripspopulatie twee maanden ervoor. Grondig scouten in de hele groeiperiode kan problemen voorkomen.

Luchten aan de luwzijde en houd rekening met de buren

Via de luchtramen kunnen veel plagen de kas binnen vliegen of binnen waaien. Om het gevaar van binnen vliegen of binnen waaien te beperken is het raadzaam zoveel mogelijk aan de luwzijde te luchten, in periodes dat de kans hierop het grootst is. Als in de buurt gemaaid wordt of als buren de kas aan het ruimen zijn kunt u de ramen aan die kant het beste dicht houden. Laat uw buren u waarschuwen als ze gaan maaien en laat hen weten als u de kas gaat ruimen!

Bekijk regelmatig de vangplaten

Door vangplaten op te hangen en deze te bekijken krijgt u een goed beeld van de insecten in uw gewas. Kijk regelmatig en u ziet hoe snel de insectenpopulatie zich ontwikkeld en kunt beter inschatten wanneer een gerichte bestrijding moet worden uitgevoerd. Kunt u de insecten zelf niet op soort herkennen, volg dan een training, bijvoorbeeld bij Koppert of besteed de 'Signaleringsplaten screening' uit, bijvoorbeeld aan Relab den Haan. Zij maken een overzicht van de op de signaleringsplaten waargenomen insecten, zoals thrips, luizen, witte vlieg of mineervliegen. Die gegevens helpen u om minder preventieve bespuitingen uit te voeren.

Spint, trips en wittevlieg goed geïntegreerd te bestrijden

Bekijk de linkBekijk de link

Biologische bestrijding is belangrijk, ook om resistentie bij plaagorganismen tegen te gaan. Spint, trips en wittevlieg blijken in veel gevallen goed te beheersen met biologische bestrijding. Dat blijkt uit een praktijkproef met 6 telers met geïntegreerde bestrijding in groene en bonte potplanten. Door de verschillen in teelten, teeltsystemen en teeltduur is er geen standaard aanpak te geven. Er werd onder andere een combinatie gebruikt van het rondblazen van swirskii, roofmijten en bodemroofmijten tegen tripspoppen in de grond. Telers noemen ook discipline in hygiëne, uitzetten en scouten effectief om zo min mogelijk chemisch te hoeven ingrijpen.

Bodemschimmel heeft bestrijdend effect op trips

Bekijk de linkBekijk de link

Trips kunnen vroegtijdig bestreden worden met biologische bestrijders. Zo heeft de bodemschimmel Metarhizium anisopliae een bestrijdend effect op trips. De bodemschimmel eet poppen van de trips. In een proef bij vermiculiet kon de schimmel het aantal larven en volwassen tripsen met 80% reduceren. Bij potgrond was dit 58%. Ook de schimmel Beauvaria bassiana (Botanigard) bestrijdt tripspoppen.

Vangtechnieken voor trips

Bekijk de linkBekijk de link

Overzicht van diverse vangtechnieken voor plaaginsecten. Voor trips worden besproken: plakvallen met lokstoffen en gele vangbakken.

Levencysclus Trips

Bekijk de linkBekijk de link

De volwassen tripsen bevinden zich in bloemen en op bladeren en zetten daar hun eieren af. De larven voeden zich met alle bovengrondse delen van de plant en zijn zeer beweeglijk. De verpopping vindt voornamelijk plaats op de grond.

Aaltjes en roofmijten samen tegen trips

Bekijk de linkBekijk de link

Crotonteler Jos van den Berg van Sunshine Grow constateert dat een combinatie van Steinernema-aaltjes en roofmijten tegen trips beter werkt dan alleen aaltjes.

Als je zelf niet bestrijdt kan dit consequenties hebben voor je buren

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met Mark v.d. Knaap van Anthura: Wij konden soms goed zien wanneer een naburige teler aan het ontruimen was door de plotselinge insectendruk. Als je zelf een plaag niet onder controle hebt, kan dit consequenties hebben voor de buren.

Goede ervaringen met Hypoaspis tegen tripspoppen

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met Manuela van Leeuwen van Fides: De ervaringen verschillen sterk per gewas. Wij hebben in bijna alle gewassen goede ervaringen met de bodemroofmijt Hypoaspis, die bestrijdt de tripspoppen in de grond en de Sciara en de Duponcheliarups. Maar bij de roofmijt tegen trips gaat het in sommige gewassen heel goed en bij andere gewassen geeft dit onvoldoende effect.

Signaalplaten aanvullen met scouten in gewas

Bekijk de linkBekijk de link

Signaalplaten zijn nuttig als ondersteuning van gewaswaarnemingen, niet in plaats van. Gewaswaarnemingen blijven noodzakelijk. De relatie tussen trips op de signaalplaten en in het gewas verschilt per bedrijf en dag. Ras en zonuren spelen hierbij een belangrijke rol. Er is reden tot ingrijpen als er gedurende een aantal weken trips aantallen op de plaat toenemen.

Registreer wat je doet bij geintegreerde bestrijding

Bekijk de videoBekijk de video

LTO Groeiservice heeft een registratiesysteem in Excell ontwikkeld waarmee telers de ontwikkeling van de plaag, de inzet van de biologie en de correcties die gedaan zijn kunnen vastleggen gedurende het jaar. Daar kan een teler relaties uit halen waarmee de aanpak kan worden verbeterd. John v.d. Knaap legt uit hoe het registratiesysteem werkt.

Geintegreerde bestrijding per bedrijf en gewas bekijken

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met John v.d. Knaap van LTO Groeiservice: Geintegreerde bestrijding voor potplantentelers is voor alle telers haalbaar in meer of mindere mate. Je moet op je eigen bedrijf, in je eigen gewas kennis opbouwen, met een onafhankelijke adviseur of in een studiegroep. De reactie van een biologische bestrijder verschilt per gewas en per bedrijf - in de potplanten is geen standaard aanpak mogelijk. De volgorde is eerst leren scouten, registratiesysteem opzetten, en een economische schadedrempel bepalen voor elk gewas.

Tabakswittevlieg

Effectief scouten in potplanten tegen trips en wittevlieg

Bekijk de linkBekijk de link

De meeste potplantentelers scouten 1 keer per week, blijkt uit een enquete in 2009. Peet van Noort, verantwoordelijk voor gewasbescherming bij KP Holland: Wij scouten 1 keer per week. Ik loop de vanglampen en vangplaten na. Verder staan mijn scoutantennes altijd uit, dus als ik langs loop voor het water geven of voor het remmen zie ik ook heel veel. Ik let op luizen, rupsen, trips en griep. Bij wittevlieg is het goed om aan de planten te schudden, om opvliegende volwassenen waar te nemen. Als u plakkerig blad ziet, onderzoek dan de onderkant van bladeren op eieren, larven en poppen. Stel bij poppen vast of ze geparasiteerd (verkleurd) zijn.

Tabakswittevlieg steeds vaker een probleem

Bekijk de linkBekijk de link

Tabakswittevlieg kan diverse gevreesde virussen overdragen, zoals het tomatengeelkrulbladvirus (TYLCV), dat veel schade geeft in tomaten. Daarom is de tabakswittevlieg een q-organisme dat bestreden moet worden. Zeker als er tomatenkassen in de omgeving zijn. Tabakswittevlieg op een exportproduct leidt in veel landen tot een boycot door de overheid. Bij wittevlieg moet er vaak een combinatie van middelen worden gebruikt om de gehele levenscyclus te bestrijden. Door verbeterde spuittechniek met luchtondersteuning is het effect te verbeteren.

Biologische bestrijding tegen tabakswittevlieg

Bekijk de linkBekijk de link

De tabakswittevlieg (Bemisia tabaci) is een gevreesd insect door zijn sterke resistentie tegen veel insecticiden. Daarom zijn natuurlijke vijanden eigenlijk de enige oplossing voor dit probleem. Daarvoor wordt vooral de sluipwesp Eretmocerus mundus toegepast. Of een tabakswittevlieg is geparasiteerd is pas te zien na twee weken, dan gaan de geparasiteerde Bemisia-larven opzwellen, beginnen te glimmen en goudgeel te verkleuren.

Netten en omgeving onkruidvrij houden tegen wittevlieg

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met Arie Keijzer van Fides: We hebben in de kassen netten waar wittevlieg niet doorheen kan. De tweede maatregel is dat we het bedrijf en de omgeving absoluut onkruidvrij houden, wat de druk van wittevlieg aanzienlijk verlaagt. Als we wittevlieg scouten onderzoeken we ook of het kaswittevlieg is of tabakswittevlieg. In combinatie met chemische bestrijding houden we daarmee onze productielocaties vrij van wittevlieg.

Naar boven

Xanthomonas axonopodis

Besmetting

Alert zijn op Xanthomonas axonopodis

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met Jeroen Kavelaars van de NVWA: Ook al is Xanthomonas officieel nog geen quarantaine-organisme, toch moeten telers er alert op zijn, het is schadelijk. Als de bacterie aangetroffen zou worden moeten we voorkomen dat het zich verspreid om problemen te voorkomen. Er is voorgesteld om Xanthomonas in de hele EU de status van q-organisme te geven.

Elite gecertificeerd uitgangsmateriaal tegen Xanthomonas

Bekijk de linkBekijk de link

Eén van de ziekten met de meeste uitval in Anthurium is de bacterie Xanthomonas axonopodas pv. Dieffenbachiae, maar ook de bacterie Pseudomonas solanacearum kan tot behoorlijke productievermindering leiden. Bacterieziekten komen van buiten. Daarom is het preventief nemen van fytosanitaire maatregelen de beste bestrijding. Koop Elite® gecertificeerd materiaal. Dit materiaal wordt door Naktuinbouw ook op innerlijke kwaliteit getest.

Hoe kun je Xanthomonas bestrijden?

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met Anthuriumteler Piet Stolk: Wij hebben zelf geen Xanthomonas op ons bedrijf. Dit heeft te maken met het voeren van een goede bedrijfshygiëne en door te zorgen dat je gekeurd uitgangsmateriaal aankoopt. Xanthomonas ontstaat wanneer je gewasresten laat liggen in de kas en ze niet opruimt.

Xanthomonas bacterie geeft verwelking, stengelrot en leidt tot sterfte

Bekijk de linkBekijk de link

X. axonopodis pv. dieffenbachiae veroorzaakt bladvlekkenziekten in anthurium, dieffenbachia en philodendron. Bij geranium kan X. hortorum pv. pelargonii, voor bladvlekkenziekte zorgen. Door spatwater en gewashandelingen kan de bacterie zich makkelijk verspreiden. Met name wondjes en huidmondjes zijn ingangspoorten. Vervolgens is aanraking met besmette handen, besmet water of gereedschap voldoende om ervoor te zorgen dat de bacterie zich gaat nestelen in de plant. Alleen door strenge hygiënische maatregelen is deze bacterieziekte een halt toe te roepen. Zieke planten moeten in de hele keten zorgvuldig verwijderd worden.

Naar boven

Schimmels: Fusarium foetens

Voorkomen van besmetting

Reinig de leidingen tegen schimmels en bacteriën

Bekijk de linkBekijk de link

Vervuiling van leidingen van het watergeefsysteem kan problemen met schimmels en bacteriën geven. Ook bedrijven met een ontsmetter kunnen last hebben van zo'n biofilm in de leidingen. In het artikel geeft DLV-er Marck tips om dit te voorkomen, onder andere: - Reinig het leidingwerk bij de teeltwisseling. - Zorg voor schoon gietwater met weinig algengroei. - Gebruik een reinigingsmiddel gedurende de teelt. - Ontsmet het uitgangswater.

Schimmels voorkomen door goede hygiëne

Bekijk de linkBekijk de link

Schimmelsporen of ziektekiemen zitten niet alleen op planten maar kunnen ook voorkomen op potten in goten of andere dode materialen waar de planten uiteindelijk mee in aanraking komen. Zorg daarom dat ook deze materialen schoon blijven en dat zich geen schimmelsporen kunnen nestelen op rommelige plekken. Houd vloeren en paden vrij van rommel en controleer uitgangsmateriaal op plantresten. Veeg de vloer voor de teelt schoon en ontsmet deze - dit voorkomt onkruid en het achterblijven van ziekten op gewasresten. Maak potmachines regelmatig schoon.

Strikte hygiëne en controle op uitgangsmateriaal tegen Fusarium foetens

Bekijk de linkBekijk de link

In 2002 en 2004 waren er uitbraken van Fusarium foetens bij Begonia elatior hybriden. Sinds die tijd is het rustig, maar de schimmel is nog wel aanwezig op potplantenbedrijven die planten voor de retail telen, blijkt uit onderzoek, dus maatregelen blijven nodig. Qua bestrijding is het devies al het uitgangsmateriaal vooraf te controleren en bedrijfshygiënische maatregelen stringent door te voeren. Voor het planten nieuwe potgrond gebruiken. Er is een folder over de bedrijfsstrategie hygiëne bij begonia tegen Fusarium foetens.

Verspreiding van Fusarium foetens

Bekijk de linkBekijk de link

Verspreiding van Fusarium foetens binnen een bedrijf vindt hoofdzakelijk plaats via het watergeefsysteem, het recirculatiewater, de bevloeiingsmatten, teeltsystemen etc. Ook kan de schimmel door menselijke handelingen en verplaatsen van aangetaste planten plaats vinden. Vooral jaarrondtelers van begonia hebben veel last van de schimmels.

Schimmels verspreid via water, lucht, organisch materiaal en plantenresten

Schimmels zoals Fusarium kunnen planten besmetten via micronidia (verspreiding via (giet) water), via macronidia (verspreiding via water en lucht) en via chlamydosporen (verspreiding via organisch materiaal en plantenresten). De verspreiding via eb-en-vloedsystemen is groter dan bij teelt op bevloeiingsmatten.

Ontsmetten van recirculatiewater

Bodemschimmels en aaltjes verspreiden snel via water

Bodemschimmels en aaltjes verspreiden zich via water snel over het hele bedrijf. Gietwater moet schoon zijn. Vooral bij hergebruik van gietwater loopt u grote kans, op de korte termijn maar ook op langere termijn, in de problemen te komen. Toenemende problemen in de praktijk laten het belang zien van schoon gietwater. Ontsmetten van water voorkomt veel problemen. (Bron: Strateeg geïntegreerde gewasbescherming, LTO Groeiservice)

Gietwater moet schoon zijn

Bodemschimmels en aaltjes verspreiden zich via water snel over het hele bedrijf. Gietwater moet schoon zijn. Vooral bij hergebruik van gietwater loopt u grote kans in de problemen te komen. Ontsmetten van water voorkomt veel problemen.

Moet je de ontsmettingsinstallatie vaak controleren?

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met Anthuriumteler Piet Stolk: Wij doen dat 1 x per jaar. In principe is zo'n controle de bevestiging van de regel. Wat we wel dagelijks controleren is de temperatuur van de ontsmetting. Daarnaast zit er een alarm op de apparatuur mocht het fout gaan.

Recirculeert u drainwater?

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met Anthuriumteler Piet Stolk: 100%, wij gebruiken uitsluitend bassinwater. Ook hebben we een osmoseapparaat voor de luchtbevochtiging. Bij grote droogte kunnen we eventueel osmosewater mengen met bassinwater. Wij kunnen 100% het water hergebruiken.

Hoe kun je fusarium in de leidingen voorkomen?

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met Anthuriumteler Piet Stolk: Telers zouden bij het aanleggen van hun bedrijf een gescheiden aanvoer- en afvoersysteem moeten aanleggen. Wij hebben twee silo's met ontsmet water en twee silo's met besmet water. Deze houden we strikt gescheiden, anders gaat het fout.

Bodemweerbaarheid

Planten weerbaarder maken en bodemweerbaarheid gebruiken

Bekijk de linkBekijk de link

Een gezonde, weerbare plant is minder gevoelig voor ziekten als pythium, fusarium, meeldauw en botrytis. Dat principe kent elke teler. Steeds meer telers gaan een stap verder en maken bewust gebruik van de kracht van de natuur. Door nuttige bacteriën en schimmels in bodem of substraat te stimuleren en in evenwicht te brengen, komen ziektewerende stoffen ter beschikking voor de plant en worden voedingsstoffen beter opneembaar. Dat heeft een positieve invloed op de vitaliteit en weerbaarheid van de plant en er is minder chemische correctie nodig. Onder andere het NatuGro concept van Koppert maakt gebruik van bodemweerbaarheid.

Waarom bent u steeds meer biologisch gaan werken?

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met Anthuriumteler Piet Stolk: Dat komt voort vanuit Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO). Dit houdt onder andere in dat je let op de herkomst van potgrond, potten en plantmateriaal. We kunnen nu minder kunstmest geven doordat we hebben gekeken naar welke processen zich in de bodem afspelen en we daar op hebben ingespeeld.

Telen met meer plantweerbaarheid

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met Anthuriumteler Piet Stolk: Iedere teler kan telen met meer plantweerbaarheid. Dit systeem biedt niet alleen voordelen voor de teelt, maar ook voor de omgeving. Daardoor wordt de waardering van de ondernemers naar buiten toe groter.

Door bemesting met stikstof te vervangen door aminozuren hebben we minder last van luis

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met Anthuriumteler Piet Stolk: Met een sterke plant gaat de combinatie met biologische bestrijding beter. Wij halen nu 40% van de stikstof weg en werken in plaats daarvan met aminozuren. Door het weghalen van stikstof hebben we minder last van luizen, waardoor we biologisch kunnen werken.

Naar boven

Radopholus similis

Besmetting

Schade door het Wortelnecroseaaltje, Radopholus similis

Bekijk de linkBekijk de link

Het wortelnecroseaaltje kan in Anthurium leiden tot een slechte groei, chlorose en een afname van het aantal te oogsten bloemen die kan oplopen tot circa 30% in de zieke planten. Aangetaste planten hebben weinig, smalle doffe bladeren. Oudere bladeren worden geel en de planten produceren kleine bloemen. Wanneer de planten goed bestudeerd worden, blijkt dat het grootste gedeelte van de wortels en het onderste gedeelte van de stengel rot is.

Hoe ziet een besmetting met het wortelnecroseaaltje eruit?

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met Anthuriumteler Piet Stolk: Je ziet 14 dagen na het planten nog geen nieuwe wortels. Nog een keer 14 dagen daarna zie je de plant of bladeren afsterven. Het aaltje gaat in de wortel zitten waardoor de plant geen voeding meer op kan nemen.

Maatregelen

Maatregelen tegen het wortelnecroseaaltje, Radopholus similis

Bekijk de linkBekijk de link

Er is geen chemische bestrijding, alleen een geïntegreerde aanpak kan problemen met wortelnecroseaaltjes voorkomen. Maatregelen zijn tijdige signalering, bedrijfshygiëne, aaltjesvrij plantmateriaal, goede ontsmetting van het substraat, het teeltsysteem en de voedingsoplossing.

Controleert u de planten regelmatig op het wortelnecroseaaltje?

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met Anthuriumteler Piet Stolk: Ja, een keer per jaar wordt een monster genomen om te testen op Radopholus. Dat staat in het bedrijfsprotocol. Hier staat ook in hoe er gewerkt moet worden.

Bio-systemisch denken tegen besmetting met wortelnecrose-aaltje

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met Anthuriumteler Piet Stolk: Wij nemen bedrijfshygiëne maatregelen en werken bio-systemisch. Leer systeemdenken en zet bio-middelen in.

Schade door Radopholus voorkomen door een goede bedrijfshygiëne

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met Mark v.d. Knaap van Anthura: De enige mogelijkheid om schade door Radopholus te voorkomen is door het nemen van hygiënische maatregelen. Zorg dat je de plaag kan herkennen. Daarna scherm je besmette partijen hygiënisch af met schone partijen.

Naar boven

Rupsen: Opogona en Duponchelia

Opogona herkennen

Wat is de Opogona sacchari?

Bekijk de linkBekijk de link

Opogona sacchari, de bananenboorder, is een (sub)tropische mot die met geïmporteerd plantenmateriaal Nederland binnenkomt. De mot legt eieren in planten met verdikte stengels, met knollen en wortelstokken.

Opogona maakt gaatjes in de plant met zaagselvorming aan de voet

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met Ted Prinsen van kwekerij De Palmentuin: De Opogona sacchari is te herkennen aan kleine gaatjes die in de stam / knol is geboord. Aan de voet van de plant vind je dan zaagselvorming. De Opogona pakt de zwakkere planten. Bij binnenkomst van de planten kun je hier op letten.

Maatregelen tegen Opogona

Wat kan een teler doen om import van Opogona sacchari te voorkomen?

Bekijk de linkBekijk de link

  • Wees zeer kritisch op plantenmateriaal dat geïmporteerd wordt.
  • Een besmetting met Opogona is in een vroeg stadium vaak niet te zien, maar eieren worden vooral afgezet in zwak en beschadigd plantenmateriaal. Dwing garanties af voor kwalitatief goed materiaal. Accepteer zwak plantmateriaal niet
  • Maak ketenbreed afspraken met importeurs over de gewenste kwaliteit
  • Strikte bedrijfshygiëne: verwijder regelmatig bladmateriaal en zieke en verzwakte planten en vernietig ze. Zo krijgen adulten minder kans om eieren af te zetten en larven minder kans om zich volledig te ontwikkelen

Uit welke gebieden is import riskant vanwege Opogona?

Bekijk de linkBekijk de link

Vraag garanties bij de import van waardplanten van Opogona sacchari uit gebieden waar dit insect inheems is, of waarvan bekend is dat het zich daar heeft gevestigd. De mot komt van oorsprong uit de vochtige tropen en subtropen in Afrika. In Nederland kan O. sacchari zich alleen in kassen vestigen. Momenteel wordt de soort gevonden op verschillende Afrikaanse eilanden, in West-Afrika (Nigeria), op de Canarische eilanden en Madeira, in Midden- en Zuid-Amerika en in Europa en Florida. In verschillende Europese landen is dit insect aangetroffen. Sinds 1970 heeft de bananenboorder zich permanent gevestigd in kassen in Zuid-Italie.

Wat is het risico van gewasresten als bron van infectie?

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met Anthuriumteler Piet Stolk: Infectie kan op allerlei manieren gebeuren. Dood materiaal, zoals dode blaadjes en verrotte bloemen, trekt schadelijke insecten aan. Je moet er dus voor zorgen dat het dode materiaal wordt verwijderd uit de kas. Het opruimen kost tijd, maar het levert ook veel op.

Opogona kun je bestrijden met behulp van nematoden

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met Ted Prinsen van kwekerij De Palmentuin: Tijdens het begin van de teelt, wanneer het gewas nog zwakker is, gieten wij nematoden mee. Deze nematoden eten de Opogona-larve van binnenuit op. In latere stadia van de teelt wordt de plant direct van het bedrijf verwijderd. Je wil voorkomen dat de larve een mot gaat worden. Opogona-motten kunnen tot 800 eitjes per keer leggen.

Duponchelia herkennen

Duponchelia waardplanten

Duponchelia kan in heel veel planten voorkomen. Niet altijd ontstaat er schade, maar bij bijvoorbeeld Anthurium, Begonia, Cyclaam, Cymbidium, Ficus, Hortensia, Impatiens, Jasminum, Kalanchoe, Pelargonium, Petunia, Phalaenopsis, Poinsettia, Viola en Zamioculcas kan forse schade optreden.

Duponchelia op quarantainelijst in enkele landen

Bekijk de linkBekijk de link

Duponchelia fovealis heeft geen Europese quarantainestatus, maar staat wel op de quarantainelijst in onder andere de Verenigde Staten en Canada. De rups komt voor op zeer veel, met name niet-houtige, gewassen in bedekte teelten. Pas bij grotere populatiedichtheden gaat schade aan de gewassen zelf optreden.

Duponchelia herkennen als rups en vlinder

Bekijk de linkBekijk de link

De vlinders/motten zijn licht- tot donkerbruin. Op de vleugels is een witte kronkelende lijn zichtbaar. De rupsen kunnen zich invreten in de stengel en zijn te vinden op vochtige plaatsen, voornamelijk onderin het gewas of in te hart van de plant. Vaak ook op afstervend organisch materiaal op de grond Op de Beeldenbank Gewasbescherming vindt u een aantal foto's van de rups en de vlinder.

Maatregelen tegen Duponchelia

Effectieve maatregelen tegen Duponchelia

Bekijk de linkBekijk de link

Algemene maatregelen om Duponchelia te voorkomen/bestrijden:

  • hygiënisch werken, verwijderen plantafval
  • beter scouten en vroegtijdig signaleren
  • signalering met vanglampen
  • direct en regelmatig bestrijden zodra waargenomen
  • droger telen (in kritieke periode)
  • kiezen voor droger substraat / potgrondmengsel

Voor de bestrijding blijkt uit onderzoek dat het biologische middel Bacillus thuringiensis de beste werking geeft in vergelijking met bespuitingen met insectenparasitaire aaltjes en chemische middelen.

Bekijk het schema voor maatregelen tegen Duponchelia in uw teelt

Bekijk de linkBekijk de link

Er is een strategie voor de beheersing en bestrijding van Duponchelia. Hierin zit kennis van LTO, DLV Facet en PPO uit project 'Geleide bestrijding van Duponchelia fovealis' verwerkt. In onderzoek van Productschap Tuinbouw worden door telers als succesbepalende factoren om aantasting te voorkomen en te beperken in volgorde van belangrijkheid genoemd: bedrijfshygiëne; beter scouten; direct en regelmatig bestrijden zodra waargenomen; gebruik vanglampen en insectengaas; goede spuittechniek.

Aaltje tegen Duponchelia

Bekijk de linkBekijk de link

Om de rupsen van Duponchelia fovealis tegen te gaan, moeten ze in een zo jong mogelijk stadium bestreden worden. Ter bestrijding van de rupsen zijn er ook biologische oplossingen. Het aaltje Steinernema carpocapsae (Capsanem) bestrijdt Duponchelia. Bij Kalanchoë bleek een doding tot 94 procent.

Vanglampen tegen Duponchelia

Bekijk de linkBekijk de link

Met vanglampen kunt u de aanwezigheid van Duponchelia motjes vaststellen of nagaan of u 'schoon' bent. Groene en witte vanglampen werken goed en trekken minder andere motjes aan dan blauwe. Combineer de lampen bij voorkeur met plakplaten i.p.v. spanningsroosters. Hang de vanglamp laag in het gewas. Laat de lamp de hele nacht branden. De indruk bestaat dat langs de gevels meer (actieve) motjes te vinden zijn.

Gaas, vanglampen, controle en roofmijt tegen Duponchelia

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met Manuela van Leeuwen van Fides: Duponchelia moet je buiten houden door insectengaas. Daarnaast moet je wekelijks controleren, onder andere door vanglampen en gewascontrole. Preventief wordt de bodemroofmijt Hypoaspis uitgezet in de moederplanten.