Fytosanitaire info en tips voor de bollenteler

Algemene bedrijfshygiëne

Rekening houden met buurpercelen

Houd bij het planten rekening met onderlinge besmetting

Bekijk de linkBekijk de link

Tips om besmetting te voorkomen:

  • Maak eventueel afspraken met de buren (ivm. o.a. virus en geelziek en houd minimaal 1 meter afstand van het bed van de buren ivm. stengelaaltjes).
  • Plant aankoop apart (vooral ivm. stengelaaltjes).
  • Plant partijen bewust bij elkaar of ver van elkaar (ivm. oa. virus, geelziek maar ook vuurgevoeligheid). Houd ook rekening met de windrichting.

Vaste werkwijze hygiënische handelingen

De kwaliteit waar je voor kiest

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met bollenteler Gerard Slootman: Wij hebben een onuitgesproken standaardprocedure hoe we letten op ziektes om een goed product af te leveren. Wij zetten dat niet op papier. Het uitgangspunt is dat wij een goed product afleveren. Dat kan klasse 1 zijn of standaard, het is maar net waar je voor gaat staan.

Schoon werken, schone kisten en selecteren maar geen vast stramien

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met bollenteler Gerard Slootman: De instructie die we handhaven is schoon werken, bolresten verwijderen uit kuubkisten, selecteren in het veld door op te letten welke schimmels en virussen er voorkomen. Wij werken niet met een vast stramien, dat zou starheid geven.

Zeefgrond terug op perceel

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met bollenteler Gerard Slootman: Voorkomen dat aaltjes ons bedrijf besmetten betekent machines schoonhouden, niet onnodig veel grond versjouwen en wanneer grond komt van een perceel waar aardappelmoeheid zou zitten dan de zeefgrond terugbrengen op het perceel. Wij hebben een hoog percentage zeefgrond dat we weer terugbrengen naar het perceel.

Machines reinigen voorkomt besmetting vanuit andere percelen

Bekijk de linkBekijk de link

Tips om besmetting te beperken:

  • Reinig machines en voorkom daarmee meeslepen naar ander perceel.
  • Probeer goede afspraken te maken met de loonwerker over het reinigen van de machines.
  • Breng de grond die meekomt ook weer terug naar het perceel waar het vandaan komt.

Medewerkers en leveranciers motiveren

Selecteren moet je leren in de praktijk

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met bollenteler Jaap Leenen: Wij hebben al onze mensen opgeleid om ziektebeelden in de praktijk te herkennen, dat kan niet van een plaatje. Leren selecteren.

Instructie: Vrij van grond en vrij van bollenresten

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met bollenteler Gerard Slootman: Wij werken met een instructie: zorg dat alles schoon blijft. Dat betekent vrij van grond en vrij van bollenresten.

Medewerkers tips geven, uitleggen en opletten

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met bollenteler Gerard Slootman: Als iemand zich niet aan de werkwijze houdt waarmee we een goed product afleveren, wijs ik ze erop en ik let op of het gaat zoals ik wil. Ik geef instructies, tips, leg het uit, doe het voor. Het hangt heel veel af van de mens die je tegenover je hebt. Hoe sta jij in je werk.

Risico-inventarisatie

Checklist Bedrijfshygiëne voor de bollenteelt

Bekijk de linkBekijk de link

'Telen met toekomst' en 'Van Gent Van der Meer Nuyens bv' hebben samen een checklist gepubliceerd met de belangrijkste bedrijfshygiënische maatregelen. Veel zinvolle tips over Voorbereiding planten, Planten, Gewascontrole, Rooien, Drogen en bewaren, Verwerken, Uitzoeken, Afvalverwerking en Ontsmetten en koken.

Maak een logboek

Registreer uw bewerkingen en bedrijfsgegevens

Wanneer er op uw bedrijf ziekten optreden is het van grote waarde als u alle gegevens over bewerkingen en de structuur van uw bedrijf duidelijk vastgelegd heeft. De bron van de besmetting kan daarmee sneller worden opgespoord. Met zo'n document kunnen ook keuringsdiensten snel zaken uitsluiten, zodat uw bedrijf misschien minder lang hoeft te worden vastgelegd. Registreer:

  • Plattegrond bedrijf
  • Bron van uitgangsmateriaal
  • Datum, volgorde en lokatie van bewerkingen
  • Hoe instrueert u medewerkers

Naar boven

Uitgangsmateriaal en grond

Informatie vergaren

Weet wat je afnemer wil

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met bollenteler Gerard Slootman: Voor onze exportproducten is regel nummer 1: Ken je afnemer. Teveel kwekers weten niet wat hun afnemer wil en wat voor product hij wil. Stap in het vliegtuig: ga kijken, hoe wil hij het hebben en hoe gaat hij ermee om.

Meeste informatie van de PD, via internet

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met bollenteler Gerard Slootman: De meeste informatie krijg ik van de PD, die komen er het eerst mee, via internet. Ik ben ook lid van de exporteursvereniging, die hebben ook veel communicatie over problemen die er ontstaan of nieuwe eisen. Je moet het allemaal volgen, dat is heel belangrijk.

Informatie komt van handelaren, collega's, en vakbladen

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met bollenteler Jaap Leenen: Bron van informatie over hygiëneziektes is onze handelaar in bestrijdingsmiddelen. En verjaardagen, plekken waar je collega's ontmoet. Vakbladen. Studieclubs zijn in de bollenstreek niet zo geweldig ontwikkeld.

Erwinia wordt komende jaren probleem

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met bollenteler Jaap Leenen: Ik denk dat de Erwinia-bacterie de komende jaren één van de grootste problemen gaat worden. Alleen hygiëne helpt daartegen. Al onze bollen worden ontsmet en het fust ook. Wij bewaren onze producten droog, dat is een voordeel. Maar je bewaart bollen bij hoge temperatuur, dat vormt een risico.

Risico van huurland

Veel factoren belangrijk bij keuze huurland

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met bollenteler Gerard Slootman: Bij huurland zijn er diverse belangrijke factoren: de boer die er op zit, de prijs, de vruchtwisseling, wat heeft er gestaan, hoe gaat die boer met zijn grond om wat betreft grondontsmetting, groenbemesters, organische stof. Ik houd nu al kavels in de gaten waar ik over een paar jaar bollen zou willen telen.

Uitgangsmateriaal

Altijd uitgaan van ziektevrij uitgangsmateriaal

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met bollenteler Gerard Slootman: Het maakt mij niet uit of het verplicht is, maar ziektevrij uitgangsmateriaal is de enige manier, je moet altijd uitgaan van ziektevrij uitgangsmateriaal.

Rassen kiezen op basis van resistentie

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met bollenteler Gerard Slootman: Rassen kiezen op resistentie is bijna regel numero een. De eerste is opbrengst.

Extra maatregelen voor uitgangsmateriaal uit het buitenland

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met bollenteler Jaap Leenen: Bollen die wij uit Brazilië krijgen worden als ze binnenkomen direct ontsmet.

Plantgoed extra goed uitzoeken

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met bollenteler Jaap Leenen: Koken en een ruime vruchtwisseling is het recept. En plantgoedbeheer is een hele belangrijke: plantgoed voor volgend jaar wordt op de lopende band extra goed uitgezocht. Je kunt de meeste ziektes wel goed visueel herkennen, maar het menselijke oog is 's ochtends het scherpst.

Aantasting gevonden

Altijd een schrijfblok mee als je perceel bekijkt

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met bollenteler Gerard Slootman: Een partij bemonsteren is kijken naar een scala van factoren. Je hebt een beeld van het perceel. Ik heb wel altijd een schrijfblok bij me. Je zou iemand met een checklist het veld in kunnen laten gaan. Voor tulpen zou daar op staan: is er virus gezien, botrytis gezien, stadium van het gewas. Het gaat om afwijkingen en even terugkijken: heb ik dit 3 weken geleden ook gezien, wat is de ontwikkeling.

Kijken, kijken en nog eens kijken

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met bollenteler Gerard Slootman: Ik vind het niet interessant om met machines een deel van het perceel met afwijkende planten op het laatst te behandelen. Wel pakken we het ras dat het meest fusarium-gevoelig is het eerst, als we Fusarium verwachten. En virus-gevoelige rassen zetten we op hetzelfde perceel zodat je ze met olie een keer vaker kunt spuiten. Maar de basis is kijken, kijken en nog eens kijken in het veld.

Verdachte planten meteen verwijderd

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met bollenteler Jaap Leenen: Wij lopen de hele kraam jaarlijks een tot drie keer na. Alles wat niet deugt gaat er bij ons meteen uit, we maken geen bufferzones rond verdachte planten.

Bij veel besmette planten hele perceel uit de keuring

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met pootgoedteler Derk Gesink: Verdachte planten worden met de hand verwijderd. Maar als het er teveel zijn is dan haal ik het perceel uit de keuring, dan ga ik niet het hele perceel onderslepen.

Werk van onbesmet naar besmet

Bekijk de linkBekijk de link

Bewerk de percelen bij voorkeur in volgorde van onbesmet naar zwaar besmet. Een juiste volgorde van grondbewerking voorkomt een toename van besmetting.

Bemonstering

Op eigen initiatief bemonsteren is een kwestie van vakmanschap

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met bollenteler Gerard Slootman: Soms wordt het bemonsteren door de keuringsdienst opgelegd. Verder is het puur een kwestie van vakmanschap, je gaat in de grond kijken en je gaat in het perceel kijken en als je het niet vertrouwd laat je een ander kijken. En als je de oorzaak niet kent ga je naar een laboratorium.

Naar boven

AM, stengelaaltje, wortellesieaaltje

Aaltjes herkennen en infectieroutes

Tulpenstengelaaltje overleeft makkelijker in zavel en klei

Bekijk de linkBekijk de link

In zandgrond kan het tulpenstengelaaltje zich bij een vatbare waardplant slecht handhaven. In zavel- en kleigrond zijn de overlevingskansen veel gunstiger.

Herkenning van het stengelaaltje (Ditylenchus dipsaci)

Bekijk de linkBekijk de link

Bij aantasting door stengelaaltjes ontstaan op de bovengrondse delen lichtgele tot witte vlekjes of zwellingen die tot grotere plekken kunnen samensmelten. Dikwijls vertoont de opperhuid daar scheurtjes met witte, rafelige randjes. Meer informatie en foto's van aantastingen vindt u in de Beeldenbank. Het stengelaaltje is een quarantaine-organisme: als u een aantasting heeft moet dit gemeld worden bij de NVWA.

Beschrijving en herkenning van aaltjes

Bekijk de linkBekijk de link

In 'Aaltjesmanagement in de akkerbouw' op Kennisakker.nl staat een beschrijving van de belangrijkste schadeveroorzakende aaltjes in de bollenteelt: aardappelcystenaaltje, wortellesieaaltje en stengelaaltje.

Er zijn diverse manieren waarop aaltjes zich kunnen verspreiden

Bekijk de linkBekijk de link

Aaltjes zorgen in de teelt van bloembollen voor toenemende problemen. De meeste aaltjes kunnen zich verspreiden via besmette partijen bollen of andere waardplanten, via fust, grond, werktuigen en gereedschappen. De beheersing van aaltjes dient daarom gericht te zijn op al deze besmettingsbronnen.

Voorkomen van aaltjes, algemeen

Bestrijding van Pratylenchus penetrans, het wortellesieaaltje

Bekijk de linkBekijk de link

Preventie is het belangrijkste wapen tegen Pratylenchus penetrans. Goede onkruidbestrijding, vooral bij de teelt van een niet-waard gewas, gezond uitgangsmateriaal en het vermijden van goede waardplanten voor de teelt van een schadegevoelig gewas. Alleen als bij grondonderzoek wordt vastgesteld dat het aantal aaltjes in de grond te groot is, kan een teelt van afrikaantjes, dan wel chemische grondontsmetting of inundatie overwogen worden. Meer informatie: aaltjesschema.nl

Na elke aardappelteelt een aaltjesonderzoek

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met bollenteler Gerard Slootman: Na iedere aardappelteelt laat ik nematodenonderzoek doen. Ik moet een AM-vrij perceel opleveren om daarop tulpen te zetten met een AM-vrije status.

Grondontsmetting alleen bij stengelaaltjes

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met bollenteler Jaap Leenen: Grondontsmetting wordt in de bollenteelt bijna niet meer gebruikt, alleen bij de quarantaineziekte Ditylenchus dipsaci (stengelaaltje).

Aaltjes bestrijden door resistente rassen of door onder water zetten van perceel

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met pootgoedteler Derk Gesink: Resistente rassen telen is het meest effectief tegen aardappelcystenaaltjes. Voor andere aaltjes kun je denken aan groenbemester telen of het perceel onder water zetten. Iemand uit de buurt heeft zijn aardappelperceel een tijd onder water gezet.

Goede tips over aaltjesbeheersing

Bekijk de linkBekijk de link

In de folder 'Aaltjesbeheersing in de bloembollenteelt' van Telen met toekomst staat een belangrijke reeks tips. Bekijk de tabel met per gewas en groenbemester de gevoeligheid voor schade van aaltjes en of aaltjes kunnen vermeerderen. Een andere tabel geeft advies over grondontsmetting en/of inundatie en over het soort warmwaterbehandeling per gewas.

Inunderen

Diepploegen of inunderen

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met bollenteler Jaap Leenen: Als wij land huren is het eerste wat we doen de grond diepploegen. Voorlichters raden dat af, in de bovenlaag zit veel humus. Maar wij hechten veel waarde aan de verse teeltlaag. Inunderen kan hier op de zandgronden in de bollenstreek vaak niet. In het Noordelijk Zandgebied kan het wel.

Inunderen van bollengrond bestrijdt schimmels, aaltjes, onkruiden

Bekijk de linkBekijk de link

Vooral in het Noordelijk Zandgebied wordt het onder water zetten van een perceel in voorjaar en zomer steeds vaker ingezet om grondgebonden ziekten te bestrijden. Inundatie is een effectieve bestrijding van ziekten zoals wortelrot (Pratylenchus penetrans), zwartsnot en grondvuur. Door inundatie standaard in het vruchtwisselingschema op te nemen met een interval van 1 keer per 4 jaar wordt uitval en dus opbrengstderving voorkomen. Lees verder het artikel in Bloembollenvisie. Voor stengelaaltjes adviseert PPO een periode van 12 weken inundatie.

Groenbemesters

Japanse haver als groenbemester

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met bollenteler Gerard Slootman: De basis bij onze tulpenteelt is een goede organische stof voorziening en een keer in de vijf jaar grondontsmetting. Wij gebruiken als groenbemester nu Japanse haver, die is qua beworteling nog weer sterker om vrijlevende alen tegen te gaan. Voor bladrammenas is de oogstzekerheid wat wisselend.

Groenbemester onderdrukt ene aaltje maar vermeerdert het andere

Bekijk de linkBekijk de link

Diverse groenbemesters hebben een onderdrukkend effect op aaltjes. Vaak is die werking echter gericht op één soort aaltje en kunnen andere aaltjes zich juist vermeerderen. Zo bestrijdt Tagetes (Afrikaantjes) wortelesieaaltjes maar vermeerderen Trichodoride-aaltjes zich daar juist op. Gras vermeerdert Trichodoride-aaltjes en wortelesieaaltjes. Bekijk de tabel met groenbemesters in de publicatie 'Aaltjesbeheersing in de bloembollenteelt' en maak een goed plan.

Groenbemester niet groen de winter in

Bekijk de linkBekijk de link

Om een aaltjesvermeerdering in het winterseizoen te voorkomen is het beter een groenbemester niet groen de winter in te laten gaan, adviseert PPO. Vooral in een warme winter kunnen aaltjes fors vermeerderen op een groenbemester. De dode stoppel kan wel als stuifdek blijven staan.

Andere maatregelen tegen aaltjes

Grondontsmetting aanvullen met hoge organische stof en vruchtwisseling

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met bollenteler Gerard Slootman: Grondontsmetting is de basis om de druk van alen te beperken. Het mag helaas niet vaker. De alternatieven zijn nog schoner werken; voor vrijlevende aaltjes een hoger organische stof gehalte; voor aardappelmoeheid ruimere vruchtwisseling. En schoon rooien, geen aardappels op het land laten liggen, het probleem ontstaat bij de aardappelteelt.

Hele kraam een warmwaterbehandeling

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met bollenteler Jaap Leenen: Wij geven de hele kraam een warmwaterbehandeling om ze te ontsmetten. Een week 30 graden en dan 4 uur 47 graden, ieder jaar, standaard.

Diepploegen en narcissen op maagdelijke grond

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met bollenteler Jaap Leenen: De Fusariumschimmel kan 6 jaar overleven in bollengrond. De vruchtwisseling in de narcissenteelt is vaak veel te kort, 1 op 3, daarmee verhoog je de hoeveelheid Fusarium in de grond. Wij zijn weer begonnen met diepploegen, een soort inundatie. Dan breng je een verse laag boven. En we telen narcissen op maagdelijke gronden, die resultaten zijn overweldigend.

Voorkom opslag en kies een fijne zeef of gebruik een bollenkneuzer

Opslag zorgt ervoor dat aaltjes kunnen overleven en vermeerderen. Zorgvuldig rooien is daarom erg belangrijk. Vooral bij slecht weer wordt vaak gekozen voor een wat grovere zeef of ketting. Maar daardoor vallen veel kleine bolletjes tijdens het rooien door de zeef en zorgen voor opslag tijdens de volgende teelt. Als u geen een fijnere ketting of zeef wilt gebruiken, is een bollenkneuzer te overwegen.

Warmwaterbehandeling bij tulpen

Bekijk de linkBekijk de link

Tulpen kunnen bij hogere temperatuur worden behandeld dan gedacht, constateert PPO eind 2010. De dodingstemperatuur van stengelaal ligt waarschijnlijk boven 46 graden.

Biofumigatie: grondontsmetting met groenbemesters

Bekijk de linkBekijk de link

Biofumigatie is een vorm van grondontsmetting met behulp van stoffen die vrijkomen bij het hakselen van de verse gewasresten van sommige koolachtige gewassen zoals Sarepta mosterd.

Besmetting door andere gewassen

De volgende gewassen zijn vatbaar voor het stengelaaltje

Bekijk de linkBekijk de link

De gewassen Tulp, Narcis, Allium, Chionodoxa en Galtonia kunnen worden aangetast door het tulpenstengelaaltje. In Nederland komt het tulpenstengelaaltje zelden voor dankzij een zeer intensieve controle van de gewassen en de geoogste bollen. Tevens bestaat er een regeling waarbij door het stengelaaltje aangetaste partijen kunnen worden vernietigd.

Het stengelaaltje kan zich vermeerden in grassen, duizendschoon of (stamsla)bonen

Bekijk de linkBekijk de link

Het tulpenstengelaaltje kan zich ook in andere planten handhaven en zich soms daarin vermeerderen, zoals in grassen, Dianthus harbatus (Duizendschoon) en Phaseolus vulgaris (stamsla)bonen. Daarom is het belangrijk om te voorkomen dat deze gewassen voorkomen op uw percelen.

Aantasting gevonden

Loonwerker direct waarschuwen bij besmetting met stengelaaltjes

Als een besmetting met stengelaaltjes op het veld is geconstateerd, wordt de grond waarop de betreffende partij staat door de NVWA vastgelegd. De teler krijgt een aantal verplichtingen opgelegd. Zéér belangrijk is dat de teler de loonwerker zo snel mogelijk op de hoogte stelt van die besmetting. De loonwerker kan daar dan met alle bewerkingen op het perceel rekening houden om een ongewenste verspreiding naar andere percelen of partijen voorkomen. Hij weet dan ook welke bewerkingen extra aandacht vragen om de grondontsmetting optimaal te laten verlopen zoals hakselen, rooien en grondbewerking.

Procedure bij een partij verdacht van aantasting door het stengelaaltje

Bekijk de linkBekijk de link

Het stengelaaltje is een quarantaine-organisme. Als een partij verdacht wordt van aantasting door het stengelaaltje voert de BKD een procedure uit in opdracht van de NVWA. Bekijk op de site van de BKD wat er wordt gedaan.

Voorkomen van ziekten is veel goedkoper dan genezen

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met Fokko Prins van Agrifirm: Voorkomen is veel goedkoper dan genezen. Als je bedrijfsvreemde ziekten voorkomt is dat veel goedkoper dan het oplossen als je die ziekte eenmaal hebt.

Naar boven

Arabis Mozaïek virus en tabaksratelvirus

Virussen herkennen en infectieroutes

TRV verspreid door aaltjes in zand en lichte zavel

Bekijk de linkBekijk de link

Tabaksratelvirus (TRV) wordt in de grond verspreid door vrijlevende aaltjes van het geslacht (para)trichodorus die voorkomen in zand en lichte zavelgronden. Geen Tagetes telen wanneer trichodorusaaltjes aanwezig zijn die tabaksratelvirus kunnen verspreiden. Symptomen van TRV staan vermeld op de Beeldenbank: lichtgroene tot grijze, ruitvormige tot streepvormige vlekken die zich vanuit de bladbasis over het gehele bladoppervlak kunnen ontwikkelen.

Tabaksratelvirus te herkennen aan rafelig blad

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met bollenteler Gerard Slootman: Je herkent het aan het blad van de plant. En bij gladiolen zie je een wat gerafeld blad.

Afwijkende planten verwijderen of volgen, afhankelijk van de aantasting

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met bollenteler Gerard Slootman: Uit ervaring kan je zien of een plant afwijkt. Mijn zoon haalt dan mij erbij. Vaak gaat het om gebrek aan voeding. Als je meteen ziet dat het virus is haal je hem eruit. Als het een schimmelziekte is haal je hem er niet uit, maar ga je opletten bij de bespuiting dat zulk soort planten zich niet uitbreiden.

Koken en plantgoedteelt extra nalopen

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met bollenteler Jaap Leenen: Wij koken ons materiaal en ontsmetten het. En dit jaar zijn we begonnen met een speciale plantgoedteelt. Dat is de toplaag van de partij die we extra nalopen op virussen, Fusarium. Want Fusarium in narcissen is een sluipmoordenaar.

Risico van voorvrucht

Tussenteelt Italiaans raai en gele mosterd verergert aantasting TRV

Bekijk de linkBekijk de link

Een eerstejaarsaantasting door tabaksratelvirus kan optreden als vatbare cultivars vroeg in de herfst (oktober) worden geplant op zand- of lichte zavelgrond waarin een besmette populatie van trichodorusaaltjes voorkomt. De aantasting wordt bevorderd door een tussenteelt van Italiaans raaigras en gele mosterd als zogenaamde tussengewassen. Bladrammenas heeft echter als tussengewas een remmend effect op het optreden van de ziekte.

Tagetes onderdrukt sommige aaltjes maar geeft meer risico op tabaksratelvirus

Tagetes als groenbemester onderdrukt wortellesieaaltjes en wortelknobbelaaltjes. Maar het is ook een waardplant voor Trichodorusaaltjes en het daarmee samenhangende tabaksratelvirus en enkele schimmels. Teelt van Tagetes vergt dus een goede afstemming op gewas en virusrisico.

Voorvrucht is waardplant voor het Arabismozaïekvirus

Vanwege de vatbaarheid van verschillende voedselgewassen voor Arabismozaïekvirus (ArMV) zijn er strenge exporteisen voor dit virus. De volgende voedselgewassen zijn waardplant, let dus op als dit de voorvrucht is: Aardappel, Asperge, Boonsoorten, Koolsoorten, Koolzaad, Suikerbiet. Het virus kan alleen verspreid worden als de nematode Xiphinema diversicaudatum aanwezig is. In een nematodenonderzoek (LXfractie) van een grondmonster kan dit worden bepaald.

Voorvrucht vermeerdert tabaksratelvirus

Bekijk de linkBekijk de link

Trichodoriden zijn aaltjes die behoren tot de geslachten Trichodorus en Paratrichodorus. Deze aaltjes kunnen bij een groot aantal gewassen opbrengst- en kwaliteitsverlies veroorzaken, maar daarnaast ook het tabaksratelvirus (TRV) overbrengen. Vooral in een koud en nat voorjaar kunnen trichodoriden bij gewassen als suikerbiet, zaaiui, witlof, aardappelen, peen, schorseneer en peulvruchten veel opbrengst- en kwaliteitsverlies veroorzaken.

Rassenkeuze

Cultivars en grond kiezen die minst gevoelig is voor ratelvirus

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met bollenteler Gerard Slootman: Als het mogelijk is neem ik bij de keuze van tulpencultivars wel de gevoelig voor tabaksratelvirus mee. Maar de basis is de keuze voor grond die daar het minst gevoelig voor is, zodat het tabaksratelvirus niet kan uitbreiden.

Organische stof

Organische stof gehalte op peil houden tegen tabaksratelvirus

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met bollenteler Gerard Slootman: Tabaksratelvirus speelt bij tulpen en gladiolen, de grond hier in de Noordoostpolder is gevoelig voor vrijlevende alen. Die kun je alleen met teeltmaatregelen tegengaan. Vooral het organische stofgehalte moet op peil gehouden worden.

Compost of stalmest om aaltjes te beperken

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met bollenteler Gerard Slootman: Wij gebruiken compost of stalmest bewust om alle aaltjes tegen te houden. Leidraad is goede organische stofvoorziening. Dan ga je ook de druk van vrijlevende alen tegen en daarmee het tabaksratelvirus.

Droge percelen

Op drogere gronden meer kans op voorkomen vrijlevende aaltjes

Bekijk de linkBekijk de link

Het Arabis Mozaïekvirusvirus wordt overgebracht door vrijlevende aaltjes (Xiphinema-soorten) die in alle grondtypen met een lage grondwaterspiegel kunnen voorkomen. Dit zijn voornamelijk de drogere gronden / zandgronden.

Risico van aangrenzende gewassen en onkruiden

Onkruid zoals vogelmuur bestrijden

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met bollenteler Jaap Leenen: Wij proberen zo schoon mogelijk te telen. Onkruid zoals vogelmuur wordt standaard bestreden.

Waardplanten voor het Arabismozaïekvirus

Bekijk de linkBekijk de link

Het Arabismozaïekvirus (ArMV) heeft een flink aantal waardplanten, waaronder de bollen Gladiool, Krokus, Lelie, Narcis, Tulp en Zantedeschia en veel soorten onkruiden waaronder herderstasje en vogelmuur. Diezelfde gewassen en onkruiden zijn waardplant voor het tabaksratelvirus. Zorg dus voor goede onkruidbestrijding! In bloembollen en onkruid komt ArMV meestal symptoomloos voor. Laat zelf eens het onkruid op ArMV controleren. Er is pas echt risico wanneer er ArMV besmet onkruid staat, concludeert PPO in 2010.

Er zijn diverse manieren waarop virussen zich kunnen verspreiden

Bekijk de linkBekijk de link

Virussen kunnen onder andere op mechanische wijze of door insecten worden verspreid.

Naar boven

Knolcyperus

Herkenning en infectieroutes van knolcyperus

Herkenning van knolcyperus

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met adviseur Dirand van Wijk: Knolcyperus is een grasachtige plant die met vrij scherpe bladeren een beetje naar een trechtervorm toegaat. Als de plant groter is herken je hem aan de knollen in de grond.

Knolcyperus is lastig onkruid

Bekijk de linkBekijk de link

Knolcyperus is een nieuw en lastig onkruid dat zich enorm snel kan verspreiden. Het mag niet voorkomen in plant- en pootgoed, maar de verspreiding in Nederland neemt toe. Plant- en pootgoed wordt gekeurd op knolcyperus en als het wordt aangetroffen kan dat leiden tot een teeltverbod voor akker- en tuinbouwgewassen van minimaal drie jaar. Alle reden om het vroeg te signaleren zodat nog bestrijding mogelijk is. De meest werkzame methode is een handmatige bestrijding met een middel dat glyfosaat bevat.

Controleer huurland op knolcyperus

Vooraf controleren op knolcyperus

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met adviseur Dirand van Wijk: Om knolcyperus te voorkomen moet je allereerst vooraf controleren. Nu is knolcyperus niet altijd te voorkomen. Mocht deze plant toch worden aangetroffen, dan wordt er een cirkel omheen getrokken waarbinnen alle planten worden verwijderd.

Achteraf standaard gecontroleerd op knolcyperus

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met adviseur Dirand van Wijk: Er wordt standaard gecontroleerd op knolcyperus, maar alleen via een visuele beoordeling. Je kunt niet monsteren op knolcyperus, wat het lastig maakt. Daardoor kan een visuele controle achteraf toch fout blijken te zijn.

Bestrijding van knolcyperus

Gevolgen als knolcyperus op een perceel wordt gevonden

Bekijk de videoBekijk de video

Interview met adviseur Dirand van Wijk: Als er knolcyperus wordt geconstateerd op een perceel dan wordt er een cirkel rondom de besmetting getrokken. Binnen deze cirkel wordt alles vernietigd.

Knolcyperus melden

Bekijk de linkBekijk de link

Vermoed u een aantasting door knolcyperus? Het Productschap Akkerbouw (PA) roept alle telers op om de aanwezigheid van knolcyperus te melden. Een toezichthouder (NAK) van de productschappen zal dan op het perceel vaststellen of sprake is van knolcyperus en het besmette gedeelte in kaart brengen.